In aanloop naar het WK 2026 blikt Mee Met Oranje terug op de rijke geschiedenis van het Nederlands elftal. In deze serie herbeleven we de 22 meest legendarische duels van Oranje op een WK: van grote overwinningen en iconische goals tot pijnlijke nederlagen. Dit is Oranje Legacy, met vandaag West-Duitsland - Nederland (2-1) op het WK 1990.
Het Nederlands elftal ging na een slopend voetbalgevecht met 2-1 ten onder tegen aartsrivaal West-Duitsland, waarmee de uitschakeling in de achtste finale van het wereldkampioenschap een keiharde realiteit werd. De groepsfase was ternauwernood overleefd na drie gelijke spelen tegen Egypte, Engeland en Ierland. Wat overbleef, was pure ontluistering en verbittering over een toernooi dat vrijwel geen enkele Nederlander de vooraf gedroomde vreugde wist te brengen. De aftocht via de zijdeur was een feit dat nog tot diep in de nacht zou doorwerken.
Ironisch genoeg nam Oranje in deze wedstrijd eigenlijk revanche op zichzelf na de eerdere ronduit slechte prestaties op het toernooi. De ploeg speelde beter en kreeg niet waar het recht op had, zeker nadat debutant Aron Winter binnen tien minuten al twee uitgelezen mogelijkheden kreeg om doelman Bodo Illgner te passeren. De jonge Ajacied raakte de bal echter tweemaal net onvoldoende, waarna West-Duitsland in de tweede helft geduldig loerde op dat ene dodelijke counterkansje. Het was uitblinker Jürgen Klinsmann die de 1-0 aantekende, waarna Andreas Brehme profiteerde van de massale aanvalsdrang van Oranje en de 2-0 tegen de touwen werkte.
Rood voor Rijkaard en Völler na spuugincident
Toch zal de clash voor eeuwig herinnerd worden door die ene gitzwarte smet in de eerste helft, toen scheidsrechter Loustau onverbiddelijk rood trok voor zowel Frank Rijkaard als Rudi Völler. Voor de ogen van honderden miljoenen televisiekijkers spuwde de Amsterdammer de Duitse spits tot tweemaal toe in het gezicht. De kookpot stroomde over en de woede beperkte zich niet tot de grasmat: Völler wachtte Rijkaard na de uitsluiting op voor de kleedkamer om de rekening fysiek te vereffenen. Een alerte FIFA-functionaris kon een regelrechte vechtpartij in de catacomben maar net voorkomen.
In de absolute slotfase gaf de trage Ronald Koeman de uitslag nog een draaglijker aanzien door een strafschop, gegeven na het neerleggen van Marco van Basten, in een tegentreffer om te zetten. Het bleek een doekje voor het bloeden, iets wat bondscoach Leo Beenhakker zich kort na het laatste fluitsignaal maar al te goed besefte. "Het was een fantastische wedstrijd", dacht de naar Ajax terugkerende oefenmeester hardop na over het verlies. "Maar al met al was dit WK een grote teleurstelling voor mij."
Bestuurlijke onrust aan basis van Milanese schipbreuk
De ware oorzaak van de Milanese schipbreuk lag echter niet op het veld, maar in de bestuurskamers, waar wanbeleid en eigenbelang het fundament onder een unieke spelersgroep vakkundig hadden weggerot. Na het succes van 1988 verzuimde de KNVB, en met name de door de wol geverfde Rinus Michels, om te luisteren naar de ambities van de talentvolle selectie. De nadrukkelijke roep vanuit de harde kern om Johan Cruijff aan te stellen als opvolger van de weggestemde Thijs Libregts werd genegeerd. De spelers wilden het allerbeste om de ultieme prestatie te leveren, maar Michels stuurde de bond in de richting van 'tweede keus' Beenhakker. Het was een beslissing die de sterspelers Michels nooit zouden vergeven, omdat hij in hun ogen zijn eigenbelang boven het algemeen belang had geplaatst.
Door deze politieke spelletjes begon Beenhakker met een aanzienlijk hogere moeilijkheidsfactor aan zijn klus, waarbij hij in de schamele vier weken van voorbereiding en toernooi nooit echt de drempel in zijn relatie met de vedetten wist te slechten. Waar Ruud Gullit met een bewonderenswaardige instelling nog tot de laatste snik alles gaf wat hij in zich had, konden routiniers als Van Basten en Koeman geen moment een toegevoegde waarde leveren. Het ontbrak de ploeg zichtbaar aan een harde hand van bovenaf, waardoor juist de mannen die het moesten doen verstrikt raakten in hun eigen vormcrisis. Ook een vaste waarde als Jan Wouters kon in dit alles-of-niets-gevecht maar niet in zijn normale doen geraken.
Rijkaard slachtoffer van tactische opoffering
Misschien wel het meest trieste lot van dit toernooi was voorbehouden aan Rijkaard, die bij AC Milan in één adem werd genoemd met de absolute wereldtop, maar in Oranje een ondergeschikte rol kreeg. Omdat Koeman de verdediging nimmer echt kon leiden, werd de Amsterdammer opgeofferd als honderd procent mandekker, een rol waarin hij door de vele lijf-aan-lijfgevechten voortdurend balanceerde op de rand van een schorsing. De opgekropte frustraties kwamen tot een kookpunt na zijn gele kaart voor de overtreding op Völler, een sanctie die hem sowieso de kwartfinale had gekost. Het verklaart de ongebruikelijke reactie van een speler die zo graag had willen excelleren, maar het slachtoffer werd van de omstandigheden.
Terwijl mannen als Hans van Breukelen, Adri van Tiggelen en de onterecht gewisselde Richard Witschge tegen de op revanche beluste Duitsers wél een hoofdrol grepen, droop de elite van het Nederlandse voetbal af met gebogen hoofden. Het besef dat dit elftal een veel beter toernooi had verdiend, spookte bij het verlaten van het veld door de hoofden van de spelers. De pijn van het falen zal waarschijnlijk het hardst zijn aangekomen bij de vedetten zelf, die er in de belangrijkste wedstrijd simpelweg niet aan te pas kwamen. Na twee jaar van interne strubbelingen vormde de aftocht uit Italië het absolute, cynische dieptepunt van een generatie die de wereld had moeten veroveren.
Johan Cruijff was nooit bondscoach geworden
Het is overigens opvallend hoe klein de kans eigenlijk was dat Cruijff ooit bondscoach van het Nederlands elftal in 1990 zou worden. Anders dan vaak wordt gedacht, had de KNVB zijn voorwaarden al wel degelijk geïnventariseerd. Cruijff zelf, destijds trainer van FC Barcelona, was daar bovendien vrij open over. Na het succes van 1988 kampte de bond echter met financiële problemen, waardoor het onmogelijk was om de technische en medische staf te vervangen. Dat was een belangrijke eis van Cruijff.
Tegelijk liep er nog een juridische procedure van Libregts, die zijn ontslag aanvocht, en was er een sponsorcontract met Adidas dat niet goed aansloot bij Cruijffs wensen. Naast deze praktische obstakels speelden er nog zwaardere bezwaren. Cruijff had al tijdens het WK van 1974 aangegeven dat hij nooit meer zo lang van huis wilde zijn voor een eindtoernooi. Die overtuiging ontstond nog vóór latere gebeurtenissen, zoals de zwembadaffaire in Hiltrup en de gewelddadige overval in 1976 op zijn woning in Barcelona. Zijn belofte aan zijn gezin woog zwaar en stond niet ter discussie.
Daarbij voelde hij zich ook loyaal tegenover Barcelona-voorzitter Josep Lluís Núñez. Ondanks tegenvallende resultaten in zijn eerste jaren als trainer bleef Núñez hem steunen. In maart haalde Barcelona de finale van de Copa del Rey, en samen smeedden ze plannen om de selectie in de zomer grondig te vernieuwen. Onder die omstandigheden was een tijdelijke rol als bondscoach praktisch uitgesloten.
Reacties
Nog geen opmerkingen
Je moet ingelogd zijn om te reageren.