In aanloop naar het WK 2026 blikt Mee Met Oranje terug op de rijke geschiedenis van het Nederlands elftal. In deze serie herbeleven we de 22 meest legendarische duels van Oranje op een WK: van grote overwinningen en iconische goals tot pijnlijke nederlagen. Dit is Oranje Legacy, met vandaag Uruguay - Nederland (2-3) op het WK 2010.
Oranje plaatste zich in de zomer van 2010 voor de derde keer in de geschiedenis voor een WK-finale door Uruguay in een zenuwslopende wedstrijd aan de kant te schuiven. Waar de generaties van 1974 en 1978 nog sneuvelden tegen respectievelijk West-Duitsland en Argentinië, hoefde Oranje in Zuid-Afrika in ieder geval niet af te rekenen met het gastland. Toch hing er die avond een zweem van ongemak rond de ploeg van bondscoach Bert van Marwijk, een elftal dat volgens waarnemers ver verwijderd was van het magische voetbal uit de jaren zeventig. Maar misschien was dat juist de redding: een ploeg zonder de loodzware verwachting van briljant spel, op weg naar een eindstrijd tegen Spanje of Duitsland.
Vooraf leek de overtuiging in het Nederlandse kamp net iets te groot, grenzend aan het roekeloze. De aanname was blijkbaar dat Uruguay zonder de geschorste Luis Suárez amper gevaar zou stichten. Een misvatting van jewelste, want het Zuid-Amerikaanse land, met een bescheiden bevolking van slechts 3,3 miljoen zielen, weigerde zich zomaar naar de slachtbank te laten leiden. De Uruguayanen misten naast Suárez ook de geschorste Jorge Fucile en de geblesseerden Diego Lugano en Nicolás Lodeiro, maar compenseerden dat met een hartstochtelijke overlevingsdrang. Oranje, dat zelf Gregory van der Wiel en Nigel de Jong moest missen door schorsingen, dacht de controle te hebben, maar speelde met vuur.
Schoonheid en botte bijl wisselden elkaar af
Toch begon het allemaal met een moment van pure, onversneden schoonheid in de achttiende minuut. Niet vanuit een minutieus uitgedachte tactiek, maar dankzij een verwoestende uithaal van Giovanni van Bronckhorst. Vanaf een meter of veertig, schuin aan de linkerkant, raakte hij de bal werkelijk perfect. Het projectiel vloog hoog en onhoudbaar langs de linkerhand van doelman Fernando Muslera. Het was een doelpunt dat de spanning even leek te breken, al was die opluchting van korte duur tegen een tegenstander die te veel trots bezat om de wedstrijd zomaar te laten wegglippen.
Dat Uruguay de botte bijl niet schuwde, bleek al snel op het veld. Er ontstond zelfs even de misleidende indruk dat de ploeg louter agressie in de strijd zou gooien, zeker toen Martín Cáceres een gele kaart incasseerde. Met een hoog geheven been raakte hij Demy de Zeeuw vol op het hoofd. De Zeeuw liep zichtbare schade op en zou in de rust door Van Marwijk in de kleedkamer worden achtergelaten, waarna Rafael van der Vaart zijn plek innam om de aanvallende intenties nieuw leven in te blazen.
Nog voor die wissel, vier minuten voor de theepauze, kreeg Nederland een onvervalste dreun te verwerken. Diego Forlán, de spits van Europa League-winnaar Atlético Madrid, mocht vanaf een kleine dertig meter aanleggen. De bal verdween pardoes in het midden van het doel, tot grote ontzetting van Maarten Stekelenburg. De doelman, die tot dat moment juist werd geprezen voor zijn degelijke keeperswerk op het toernooi, was zichtbaar in verlegenheid gebracht door de inzet, die mogelijk nog licht van richting werd veranderd.
Controverse bij Uruguay - Nederland
Na de rust ontspon zich een zenuwslopend gevecht, waarbij beide landen wisten dat één fout fatale gevolgen kon hebben voor de WK-droom. Pas in de zeventigste minuut viel het kwartje de goede kant op voor Oranje, al ging dat gepaard met de nodige controverse. Een schot van Wesley Sneijder veranderde van richting via Maxi Pereira en verdween in het net. De Uruguayanen foeterden dat de bal door de benen van Robin van Persie ging, waarbij het onduidelijk was of de spits hinderlijk buitenspel stond op het moment dat hij de doelman afleidde. Het was een rommelige treffer, maar het doelpunt afkeuren was volgens de aanwezige waarnemers te zwaar gestraft geweest.
Niet veel later leek Arjen Robben alle resterende spanning uit de avond te zuigen. Uit een voorzet van Dirk Kuyt knikte hij de bal uiterst efficiënt tegen de touwen, waarmee hij de stand op 1-3 bracht. Eerder in de wedstrijd had Robben het vizier nog niet op scherp staan en dwong Van Persie doelman Muslera al eens tot een redding, maar nu was het pleit beslecht. Althans, dat dacht men, totdat Maxi Pereira in blessuretijd met een perfect aangesneden schot de aansluitingstreffer liet aantekenen en het zweet weer op de Nederlandse voorhoofden stond.
Het was typerend voor deze ploeg: zelden meesterlijk, vaak stroperig, maar uiteindelijk wel effectief. Waar de romantici thuis op de bank misschien verlangden naar het frivole spel uit een ver verleden, telde in Zuid-Afrika louter het resultaat. Vooraf had vrijwel niemand voorspeld dat juist deze twee landen in de halve finale zouden staan. Het was een avond vol stalen zenuwen, een gevecht waarin de esthetiek ondergeschikt werd aan de pure wil om te overleven.
Reacties
Nog geen opmerkingen
Je moet ingelogd zijn om te reageren.