Xavi Hernández nam na het 2-2 gelijkspel tegen Griekenland zonder omwegen de verantwoordelijkheid voor de slechte eerste helft. De bondscoach vond dat hij Oranje met de verkeerde veldbezetting had laten beginnen en corrigeerde dat na rust. Toch wees Noa Lang op een probleem dat veel verder teruggaat dan de eerste drie interlands van de Spanjaard. Oranje worstelt al jaren met dezelfde situaties en een andere driehoek of ruit op het middenveld lost dat niet zomaar op.
"We willen een topland zijn, we willen ons meten met toplanden, maar we struggelen te vaak, al jaren”, zei de aanvaller na afloop in Thessaloniki. "Zoals wij de eerste helft voor de dag kwamen, dat moet een keer afgelopen zijn." Die woorden leggen misschien beter bloot waar Xavi de komende maanden werkelijk mee aan de slag moet. Tegen Griekenland zag Oranje er voor rust opnieuw uit zoals het de afgelopen jaren vaker deed onder Ronald Koeman tegen een compacte tegenstander. Veel balbezit, weinig tempo, nauwelijks openingen en tegelijkertijd grote problemen zodra de bal verloren ging.
Xavi wees zelf naar zijn middenveld. Joey Veerman en Quinten Timber stonden relatief laag, terwijl Guus Til hoger speelde. Achteraf vond de bondscoach dat Oranje met één controlerende middenvelder minder en een extra aanvallende speler had moeten beginnen. Die analyse verklaart een deel van het probleem, maar niet alles.
Dumfries laat zien waar het werkelijk misgaat
Juist de manier waarop Denzel Dumfries voor rust speelde, raakt aan een spelregel waarop Xavi Hernández sinds zijn komst voortdurend hamert. De rechtsback stond regelmatig al hoog in de ruimte waar hij normaal gesproken juist met zijn loopactie in moet verschijnen. Dat verschil lijkt klein, maar is essentieel.
Dumfries is op zijn gevaarlijkst wanneer hij vanuit een lagere positie op het juiste moment doorstoomt. Staat hij al vroeg hoog, dan kan hij de ruimte voor Crysencio Summerville juist kleiner maken. De rechtsbuiten krijgt dan minder gelegenheid om zijn directe tegenstander uit positie te lokken of zelf naar binnen te bewegen.
Het raakt rechtstreeks aan het principe dat Xavi na de wedstrijd tegen Servië omschreef als respect the positions. Eerst moet de veldbezetting kloppen. Pas wanneer een ploeggenoot aan de bal tijd heeft en vooruit kan kijken, moet de volgende speler de ruimte aanvallen. Tegen Griekenland gebeurde dat geregeld in de verkeerde volgorde.
Ook aan de andere kant van het veld ontstond hetzelfde probleem. Ruben van Bommel stond breed en vroeg meermaals om een snelle spelverplaatsing, maar de bal kwam te laat of helemaal niet. Daardoor kreeg de buitenspeler nauwelijks de ruimte waarin zijn snelheid het verschil kan maken.
Van Bommel is bij uitstek een aanvaller die ruimte nodig heeft om zijn directe tegenstander aan te vallen. Tegen een laag blok, wanneer de tegenstander al georganiseerd staat en de bal langzaam van kant naar kant gaat, verdwijnt een belangrijk deel van zijn kracht. Het probleem zat dus niet alleen in wáár spelers stonden. Minstens zo belangrijk was het moment waarop Oranje de vrije man probeerde te bereiken.
Daarmee komt een patroon terug dat al langer zichtbaar is. Tegenstanders zakken in, laten de bal aan Nederland en wachten op het moment waarop een onnauwkeurige pass of slechte onderlinge afstand de counter mogelijk maakt. En juist daar gaat het niet meer over een ruit of een driehoek.
Xavi moet vooral lezen van situaties veranderen
De problemen zonder bal maken dat duidelijk. Al vroeg in de wedstrijd dacht Quinten Timber een tegenstander over te kunnen geven aan Micky van de Ven, terwijl de verdediger al iemand anders dekte. Even later ontstond een vergelijkbare situatie rond Joey Veerman en Van de Ven. Dat zijn momenten waarop geen formatiewijziging uitkomst biedt. Spelers moeten herkennen wie uitstapt, wie blijft staan en wie een tegenstander overneemt.
De onderlinge communicatie en de zogenoemde countercontrole moeten kloppen vóórdat de bal verloren wordt. Daar ligt misschien wel Xavi's grootste opdracht richting het EK van 2028 en het WK van 2030. De nieuwe bondscoach kan patronen trainen, posities aanpassen en specifieke profielen selecteren. Maar uiteindelijk moeten de spelers tijdens een wedstrijd zelf herkennen wanneer een loopactie nodig is en wanneer juist niet. Wanneer Dumfries diep moet gaan, wanneer een middenvelder moet blijven staan en wanneer een verdediger een tegenstander kan doorgeven.
Dat verklaart ook waarom Oranje de laatste jaren zo vaak twee totaal verschillende helften speelt. Invallers lijken na rust plotseling de oplossing, totdat dezelfde spelers een wedstrijd later zelf tegen dezelfde problemen aanlopen.
Quinten Timber is daar een goed voorbeeld van. Tegen Griekenland kende hij een uiterst moeizame eerste helft, terwijl hij eerder juist uitstekend kon invallen en in andere interlands tot de uitblinkers behoorde. Het zegt iets over de wisselvalligheid die breder binnen Oranje zichtbaar is.
Xavi kan daarom blijven zoeken naar de ideale elf spelers en de ideale formatie, maar daarmee is het onderliggende probleem niet automatisch verdwenen. Zijn belangrijkste klus ligt dieper. Oranje moet niet alleen leren wát het moet doen, maar vooral wanneer. Pas wanneer spelers dezelfde situaties herkennen en daar collectief op reageren, kan het elftal voorkomen dat iedere slechte eerste helft opnieuw in de rust gerepareerd moet worden.
Reacties
Nog geen opmerkingen
Je moet ingelogd zijn om te reageren.