Het WK in Qatar wordt niet voor niets in de winter gehouden. In de zomer is het in Qatar simpelweg té heet om te voetballen. Maar hoe warm is het eigenlijk nu in Qatar, en dan specifiek in Doha, waar Oranje voetbalt?

Vorige week was het nog erg heet in Doha, de hoofdstad van Qatar, met temperaturen ruim boven de dertig graden. Op het heetst van de dag werd zelfs nog 34 graden gemeten afgelopen week. De afgelopen dagen is de temperatuur wat gaan zakken, tot net onder de 30 graden.

Ook voor de komende week zal de temperatuur rond die 30 graden liggen. Vooral in de volle zon kan het dan nog wel erg heet zijn. Voordeel voor Oranje dat ze rond 19.00 uur lokale tijd spelen, waardoor het al een klein beetje is afgekoeld.

Dat is nog steeds warm natuurlijk, maar niets vergeleken met de 40+ graden die in de zomer wordt aangetikt, wanneer een WK normaal gesproken gespeeld wordt.

Zo ziet het weer er in de komende week uit in Doha, Qatar, volgens Weeronline.nl.

Volgens Thermofysioloog Koen Levels kunnen spelers zich snel aanpassen aan de omstandigheden, zolang er maar voldoende getraind wordt in de warme omstandigheden: “Hier kun je als sporter heel snel grote effecten van ondervinden, waardoor het een stuk makkelijker wordt om met de warmte om te gaan”, zei hij tegen de NOS.

Dat is echter wel belangrijk, anders presteren spelers niet optimaal: “Als het lichaam zich niet op tijd aanpast, loop je het risico dat je hetzelfde krijgt zoals we vorig jaar bij het EK voetbal hebben gezien, toen veel spelers in Boedapest, waar het heel warm was, een lome indruk maakten”, aldus Levels.

 “Hoe droger de lucht, hoe makkelijker je via zweet de warmte kunt kwijtraken. Dat zal in Qatar vrij goed gaan. Het is heel belangrijk om dat goed te trainen, zodat je je lichaamstemperatuur onder controle kunt houden.”

Voormalig fysio van Oranje Leo Echteld vult aan: “Vergeet ook niet dat een deel van de Oranjespelers, zoals Frenkie de Jong en Memphis Depay, in een warmer klimaat voetbalt (bij FC Barcelona, red.). Zij zullen waarschijnlijk minder aanpassingsproblemen hebben dan bijvoorbeeld iemand die in Engeland voetbalt.”