Na het gelijkspel van het Nederlands elftal tegen Japan (2-2) in de openingswedstrijd van het WK 2026, is er volop discussie over de inrichting van het middenveld. Waar bondscoach Ronald Koeman in het eerste groepsduel vasthield aan een driemansmiddenveld met Ryan Gravenberch, Tijjani Reijnders en Frenkie de Jong, pleiten sommige analisten voor drastische wijzigingen in de aanloop naar de wedstrijd tegen koploper Zweden. Anderen vinden juist dat de huidige opstelling intact moet blijven.
Theo Janssen is stellig en vindt dat het elftal honderd procent anders moet worden ingericht. "We hebben veel te veel dezelfde types op het middenveld", stelt Janssen in gesprek met Voetbal International. Hij benadrukt dat Reijnders en Gravenberch geen aanvallende middenvelders zijn, maar echte lopers. Hij pleit daarom voor een systeemwijziging naar 5-3-2 en wil een echte nummer tien in de basis zien, waarbij hij specifiek Justin Kluivert of Guus Til naar voren schuift.
"Ik pleit hier voor Guus Til in de basis", aldus Janssen over de PSV'er, die tegen Japan nog negentig minuten op de bank bleef. "We hebben zo’n type nodig. En ik herhaal het nog maar eens: in een 5-3-2-systeem. Dat past het beste bij deze ploeg."
Boulahrouz en Maduro zien voldoende aanknopingspunten
Khalid Boulahrouz deelt die mening absoluut niet en verdedigt de huidige keuzes. Volgens Boulahrouz kiest Koeman met de huidige namen voor de meest logische samenstelling. "Over Frenkie kan geen discussie bestaan", oordeelt hij over de middenvelder van Barcelona, die momenteel volledig fit is en tegen Japan de hele wedstrijd speelde. Hij voegt daaraan toe dat Gravenberch tot de beste Nederlandse middenvelders behoort en dat Reijnders met zijn loopacties en doelpunten een bewezen toevoeging is.
Tegen een tegenstander als Zweden zou Boulahrouz het huidige middenveld dan ook gewoon laten staan. "Japan is een geduchte tegenstander en een groot deel van die wedstrijd speelde Oranje acceptabel. Lange tijd was er niet zoveel aan de hand. Maar door de wissels en die late gelijkmaker, hield iedereen er een rotgevoel aan over."
Hedwiges Maduro kijkt met een tactische blik naar de wisselwerking in de as van het veld. Hij vond de keuze van Koeman om met de punt naar achteren te spelen tegen de Japanners een goede zet, omdat Oranje zo een man meer had op het middenveld. Wel zag Maduro ruimte voor verbetering bij de dynamiek van de nummers acht. "Wat mij wel opviel, was dat er te weinig diepgang zat in de loopacties van Reijnders en Gravenberch", analyseert Maduro, die benadrukt dat dit in de tweede helft al beter ging. "Vooral in de eerste helft miste ik dynamische variatie. In de tweede helft ging dat beter."
Wat betreft de invulling voor de komende groepswedstrijd, plaatst Maduro wel een kanttekening bij de suggestie om Kluivert in te brengen. Hoewel de aanvallende middenvelder volgens hem uitstekend rendeert tegen ploegen die compact verdedigen, vraagt het duel met de Zweden wellicht om andere kwaliteiten. "Tegen toplanden, waar meer ruimte ligt, komen spelers als Reijnders weer beter tot hun recht", stelt Maduro, die liever ziet dat er gehamerd wordt op betere loopacties dan dat het hele middenveld direct op de schop gaat.
Van Marwijk begrijpt het dilemma van Koeman
Bert van Marwijk bekijkt de discussie vanuit zijn eigen ervaring en stelt dat spelers in de eerste plaats bij elkaar moeten passen. Hij benadrukt dat automatismen niet vanzelf ontstaan, zelfs niet als spelers precies weten wat ze moeten doen. Als voorbeeld noemt hij de samenwerking op de rechterflank tussen Denzel Dumfries en Crysencio Summerville, die tegen Japan als rechtsbuiten startte. "In die zoektocht moet je soms een beetje geluk hebben", verklaart Van Marwijk, die toevoegt dat spelers geen vrienden hoeven te zijn zolang ze elkaars kwaliteiten maar respecteren.
Kijkend naar de huidige selectie, signaleert Van Marwijk wel een structurele uitdaging. Volgens hem bestaat het middenveld nu uit drie spelers die in wezen op één lijn kunnen spelen. "Er zit geen echte nummer 10 tussen en ook geen echte nummer 6", constateert hij. Hij typeert Gravenberch, De Jong en Reijnders allemaal 'als spelers die graag bewegen en voetballen'. "Dat kan heel goed werken, maar soms ontbreekt er een speler die echt tussen de linies speelt en daar het verschil maakt."
Om zijn punt kracht bij te zetten, trekt Van Marwijk een parallel met zijn eigen periode als bondscoach. Hij herinnert aan de wisselwerking met Wesley Sneijder als pure nummer tien en het controlerende blok daarachter. "Mark van Bommel en Nigel de Jong wisten precies wanneer ze Wesley moesten aanspelen; dat paste perfect", blikt hij terug. Omdat Sneijder wist dat zijn verdedigende taken werden opgevangen, kon hij af en toe iets laten lopen. "Hij wist dat Van Bommel en De Jong dat achter hem wel op zouden lossen. Ik snap het dilemma van Koeman daarom heel goed."
Reacties
Nog geen opmerkingen
Je moet ingelogd zijn om te reageren.