De KNVB reist met de nodige zorgen over de torenhoge kosten af naar de Verenigde Staten voor het WK 2026. Directeur betaald voetbal Marianne van Leeuwen stelt dat de voetbalbond pas daadwerkelijk geld overhoudt aan het toernooi als het Nederlands elftal de wereldtitel verovert. Bij vrijwel elk ander scenario draait de bond verlies, waarbij een tweede plaats paradoxaal genoeg de duurste uitkomst is.
De selectie van bondscoach Ronald Koeman bereidt zich momenteel in New York voor op het WK, nadat eerder deze week in De Kuip met 0-1 werd verloren van Algerije. Maandag wacht nog een laatste oefenduel met Oezbekistan, waarna op 14 juni de groepsfase begint tegen Japan in Dallas.
Terwijl de spelers zich op het sportieve aspect richten, buigt de directie zich over de complexe logistiek. Waar het vorige eindtoernooi in Qatar op dat vlak overzichtelijk was, vormen de enorme afstanden tussen de speelsteden nu een forse organisatorische en financiële uitdaging.
Van Leeuwen kritisch op financiële verdeling van de FIFA
Van Leeuwen is stellig over de verhoudingen tussen de wereldvoetbalbond en de deelnemende landen. De KNVB is van mening dat een land dat zich kwalificeert voor een WK in alle gevallen minimaal quitte moet kunnen spelen. "Maar de FIFA doet het andersom", zo vertelt de 65-jarige directeur aan De Telegraaf. "Die houdt veel over en deelt dat uit onder alle bonden. Wij vinden het niet terecht dat je als deelnemend land verlies draait. En daarin zijn wij niet de enigen", voegt zij daaraan toe.
De prognoses van de KNVB schetsen een hard financieel beeld voor de komende weken. "Als je onze prognose ziet, dan verdienen we pas echt geld als je eerste wordt", legt de topvrouw uit. "Dan houden we een behoorlijk bedrag over. Dat gaat dan om iets van zes miljoen euro. Maar tweede worden is dan weer de duurste versie, omdat je dan wel alles moet doen, maar niet het grote prijzengeld krijgt. Dan kom je uit op een min van twee miljoen. En bij alle andere plekken zit je tussen de nul en de min één miljoen euro", rekent zij voor.
Naast de financiële en logistieke hindernissen speelt ook de politieke context in de Verenigde Staten een rol tijdens dit toernooi. Er is in Europa de nodige kritiek op het beleid van de Amerikaanse president, maar de KNVB-directeur kiest voor een pragmatische benadering. "Als ik Trump tegenkom en als de gelegenheid dit vraagt, dan ga ik net als alle anderen met hem op de foto", geeft zij aan.
Daarbij benadrukt zij de sportieve missie van de delegatie, die tijdens de tweede groepswedstrijd tegen Zweden in Houston ook steun krijgt van de koning. "De Nederlandse overheid is betrokken. Wij zijn een voetbalbond; we gaan voetballen. We zijn er trots op dat we erbij zijn", aldus de bestuurder. Op de vraag of de president een vredesprijs van de bond kan verwachten, is zij kort: "Nee, die krijgt hij niet. Wij geven niemand een vredesprijs", is haar duidelijke antwoord.
Logistieke puzzel in vergelijking met Qatar
De huidige situatie roept onvermijdelijk vergelijkingen op met het vorige wereldkampioenschap, waar de discussie voornamelijk over arbeidsmigranten ging. "In Qatar had je het hele politieke verhaal. Dat heb je nu ook wel een beetje. Maar het is wel anders", stelt de directeur. Volgens haar is het huidige toernooi vooral qua organisatie zeer ingewikkeld, ondanks de verwachting van de FIFA dat het stadion bij de openingswedstrijd met 94.000 toeschouwers vol zal zitten.
"In Qatar was het qua logistiek ideaal, omdat alles zo dicht bij elkaar was. Je kon iedereen gemakkelijk vinden; je kon alle wedstrijden bezoeken. Nu zijn de afstanden enorm. Dit is veel ingewikkelder en ook heel veel duurder", besluit ze.
Reacties
Nog geen opmerkingen
Je moet ingelogd zijn om te reageren.