Op 19 oktober 1988 stond het Nederlands elftal opnieuw tegenover West-Duitsland. In Oranje door de geschiedenis blikt Mee Met Oranje terug op bijzondere wedstrijden, spelers en momenten uit het verleden van Oranje. Precies 38 jaar geleden keerde de kersverse Europese kampioen terug naar München, de stad waar enkele maanden eerder de Europese titel was veroverd.
De herinneringen aan West-Duitsland waren nog vers. Slechts 120 dagen eerder had Oranje in Hamburg met 2-1 gewonnen van de Duitsers in de halve finale van het EK. Marco van Basten maakte kort voor het einde het winnende doelpunt en bezorgde Nederland een van de beroemdste overwinningen uit de voetbalgeschiedenis. Vier dagen later werd in het Olympiastadion van München de Europese titel veroverd door de Sovjet-Unie met 2-0 te verslaan.
Toen Oranje in oktober terugkeerde in datzelfde stadion, zag de situatie er echter alweer anders uit. Rinus Michels was gestopt als bondscoach en werd opgevolgd door Thijs Libregts. Bovendien ontbrak Ruud Gullit vanwege enkelklachten. Ronald Koeman droeg daardoor de aanvoerdersband.
Europees kampioen kiest voor zekerheid
Nederland was een maand eerder met een moeizame 1-0-zege op Wales begonnen aan de kwalificatie voor het WK van 1990. West-Duitsland had Finland met 4-0 verslagen. Het onderlinge duel in München was daarmee direct belangrijk in de strijd om een WK-ticket.
Thijs Libregts koos voor een behoudender aanpak, een 3-5-2-opstelling, dan Oranje tijdens het EK vaak had laten zien. Hans van Breukelen stond op doel, met Ronald Koeman, Frank Rijkaard en Adri van Tiggelen voor hem. Op het middenveld speelden Berry van Aerle, Jan Wouters, Gerald Vanenburg, Erwin Koeman en Sonny Silooy, terwijl Marco van Basten voorin gezelschap kreeg van John Bosman.
Opstelling Oranje: Van Breukelen; Van Tiggelen, Ronald Koeman, Rijkaard; Van Aerle, Wouters, Vanenburg, Erwin Koeman, Silooy; Van Basten, Bosman.
Bij West-Duitsland stonden grote namen als Lothar Matthäus, Jürgen Klinsmann, Rudi Völler, Andreas Brehme en Jürgen Kohler aan de aftrap. Vooral het duel tussen Kohler en Van Basten trok opnieuw de aandacht. In Hamburg had de Nederlandse spits zich uiteindelijk aan zijn bewaker ontworsteld om Oranje naar de EK-finale te schieten. In München kreeg Van Basten veel minder ruimte.
West-Duitsland had voor rust het meeste initiatief. Matthäus probeerde Van Breukelen al vroeg te testen en de thuisploeg was dreigender, zonder de Nederlandse defensie echt open te breken. Oranje moest bovendien al vroeg wisselen toen Berry van Aerle geblesseerd uitviel. Aron Winter nam zijn plaats over.
Marco van Basten krijgt opnieuw zijn kans
Na rust nam de druk toe. Olaf Thon was dicht bij de openingstreffer toen hij met een harde inzet de lat raakte. Hans van Breukelen was kansloos geweest als de bal enkele centimeters lager was geëindigd. Nederland hield echter stand. De wedstrijd werd steeds fysieker en leverde meerdere gele kaarten op. Waar Oranje enkele maanden eerder in Hamburg zelf op jacht moest naar de overwinning, leek het ditmaal vooral tevreden met een punt.
Toch kreeg Marco van Basten in de slotfase nog de mogelijkheid om opnieuw de hoofdrol te grijpen. Na een pass van Erwin Koeman wist hij zich eindelijk los te maken van Kohler, maar zijn poging verdween hoog naast het Duitse doel. Het bleef 0-0.
Achteraf bleek het gelijkspel belangrijk in de kwalificatiestrijd. Ook de return tegen West-Duitsland, op 26 april 1989 in Rotterdam, eindigde gelijk, waarbij Van Basten pas drie minuten voor het einde de 1-1 maakte. Nederland won de overige kwalificatiewedstrijden en eindigde uiteindelijk als groepswinnaar. West-Duitsland ging als nummer twee eveneens naar het WK.
Opvallend genoeg zou daar nóg een Nederland-Duitsland-hoofdstuk volgen. In de achtste finale van het WK van 1990 stonden beide landen opnieuw tegenover elkaar. West-Duitsland won toen met 2-1 en nam zo sportieve revanche op de verloren halve finale van het EK in 1988.
Reacties
Nog geen opmerkingen
Je moet ingelogd zijn om te reageren.