De komst van Xavi Hernández als bondscoach van het Nederlands elftal zorgt nog altijd in de internationale media voor veel aandacht rond de erfenis van Johan Cruijff. Het Amerikaanse persbureau Associated Press zet de aanstelling van de Spaanse trainer vrijdag centraal in een uitgebreid achtergrondverhaal over de wereldwijde opmars van Spaanse voetbalcoaches. Volgens het persbureau is de cirkel bij Oranje op historische wijze rond: de voetbalfilosofie die Cruijff ooit vanuit Nederland naar Barcelona en Spanje bracht, keert nu via een Spaanse trainer terug naar Nederland.
De KNVB legde Xavi in augustus vast met een contract tot en met het WK van 2030. Hij volgde daarmee Ronald Koeman op na de uitschakeling tegen Marokko in de zestiende finales van het afgelopen WK. De Spanjaard is bovendien de eerste buitenlandse bondscoach van Oranje sinds de Oostenrijker Ernst Happel in de jaren zeventig. Vanuit Zeist kreeg de nieuwe bondscoach een duidelijke opdracht mee: hij moet het aanvallende, op balbezit gerichte spel herstellen dat decennialang bij Nederland hoorde, nadat de vroege WK-uitschakeling ook qua veldspel als een dieptepunt werd ervaren.
Cirkel rond tussen Johan Cruijff, Barcelona en Oranje
Johan Cruijff legde het fundament voor het moderne Spaanse voetbaldenken toen hij in de jaren zeventig als speler het shirt van FC Barcelona droeg en daar in 1988 terugkeerde als hoofdtrainer. In Catalonië introduceerde de Nederlander een nieuwe speelfilosofie waarin dominant balbezit en korte passes centraal stonden. Xavi Hernández doorliep in die jaren de jeugdopleiding van de Catalaanse club. Hij liet eerder zelf al weten dat zijn voetbalopvoeding sterk is gevormd door de ideeën van zowel Cruijff als Rinus Michels, waardoor hij zichzelf omschrijft als een 'zoon van het Nederlandse voetbal'.

Voormalig Spaans bondscoach Luis Aragonés, die tussen 2004 en 2008 aan het roer stond bij de nationale ploeg, maakte die op balbezit gerichte speelwijze vervolgens tot het handelsmerk van Spanje. Met de huidige Oranje-bondscoach en Andrés Iniesta als regisseurs op het middenveld leverde die koers een reeks internationale prijzen op. Spanje kroonde zich in 2008 en 2012 tot Europees kampioen, pakte in 2010 in Zuid-Afrika voor het eerst in de historie de wereldtitel en voegde daar in 2024 opnieuw het EK en afgelopen zomer het WK aan toe.
Cijfers achter internationale opmars van Spaanse trainers
Iván Cancela, directeur van de trainersopleidingen bij de Spaanse voetbalbond RFEF, beschouwt de aanstelling bij het Nederlands elftal als onderdeel van een veel bredere internationale trend. Toen Rafael Benítez in 2004 Valencia verruilde voor Liverpool, was het nog vrij ongebruikelijk dat een Spaanse trainer in het buitenland aan de slag ging. Inmiddels zijn Spaanse coaches wereldwijd echter enorm in trek. Op dit moment staan er bij meer dan twaalf nationale elftallen Spaanse bondscoaches voor de groep, waaronder naast Nederland ook landen als Zuid-Korea, Tsjechië en Qatar.
Uit cijfers van de UEFA blijkt bovendien dat er vorig seizoen liefst 107 Spaanse hoofdtrainers actief waren bij clubs in de twee hoogste divisies buiten eigen land. Een seizoen eerder lag dat aantal nog op 99 trainers. Portugal bezet op de ranglijst van trainersexporteurs de tweede plek met 88 coaches in het buitenland. Ook in de Premier League vormen Spanjaarden momenteel de grootste buitenlandse groep met vijf hoofdtrainers bij verschillende clubs.
Opleiding en spelinterpretatie als fundament in Spanje
Volgens Iván Cancela is het internationale succes direct te danken aan de scholing in eigen land en de manier waarop trainers leren omgaan met andere voetbalculturen. "De kern van het grote aanzien dat Spaanse trainers nu genieten, is hun opleiding en vooral hun vermogen om zich aan te passen aan verschillende contexten in het Europese en wereldwijde voetbal", zo legt de opleidingsdirecteur uit. Daarbij speelt de visie op voetbaltalent die Johan Cruijff ooit introduceerde nog altijd een grote rol in de manier waarop Spaanse trainers naar spelers kijken.
"De Spaanse speler is niet de snelste, niet de sterkste en ook niet de langste. Maar naar mijn mening, en ik zeg dit zonder op te willen scheppen, geloof ik dat de Spaanse speler degene is die het spel het beste interpreteert en het meest talentvol is", vervolgt de bestuurder van de Spaanse bond. Javier Cano, voorzitter van de Spaanse trainersvakbond EFA Pro, wijst daarnaast op de specifieke trainingsmethode waarbij elke oefening op het veld met de bal wordt afgewerkt. "Vroeger zag je veel trainingsoefeningen waarbij de bal niet werd gebruikt, maar in Spanje zijn de oefeningen allemaal gebaseerd op situaties die je in een echte wedstrijd ziet. Dat is het grote voordeel dat Spanje de afgelopen twee decennia heeft gehad", aldus de vakbondsvoorzitter.
Spaanse dominantie bij de Johan Cruyff Trophy en Baskische wortels
Ook Luis de la Fuente, die afgelopen zomer met Spanje de wereldtitel veroverde, wees vorige maand op het belang van de nationale trainerscursussen. Zelf gaf hij daar jarenlang les, voordat hij via de nationale jeugdteams onder 19 en onder 21 doorstroomde naar de hoofdmacht. "Wij zijn al lang pioniers in het opleiden van trainers. Wij zijn een voorbeeld om te volgen als het gaat om het opleiden van trainers; dat is de hoofdreden waarom onze trainers opvallen", zo zei de Spaanse bondscoach. De 65-jarige trainer is samen met drie landgenoten genomineerd voor de Johan Cruyff Trophy, de prijs voor de beste mannelijke trainer ter wereld die volgende week tijdens het Ballon d'Or-gala wordt uitgereikt.
Naast De la Fuente maken ook Paris Saint-Germain-trainer Luis Enrique, Arsenal-manager Mikel Arteta en Aston Villa-coach Unai Emery kans op de prijs. Daarmee komen vier van de vijf genomineerden bij de mannen uit Spanje. Luis Enrique legde vorig jaar al beslag op de trofee en geldt opnieuw als een serieuze kanshebber, nadat hij met de Franse club voor het tweede jaar op rij de Champions League wist te winnen. Bij de vrouwen zijn met Pere Romeu van FC Barcelona en Jonatan Giráldez van OL Lyonnes eveneens twee Spaanse trainers genomineerd, naast Andrée Jeglertz, Nils Nielsen en Elena Sadiku. Romeu en Giráldez stonden in mei nog tegenover elkaar in de finale van de Women's Champions League, die met 4-0 werd gewonnen door de Catalanen.
Opvallend binnen deze Spaanse trainersgolf is het grote aandeel uit Noord-Spanje en specifiek het Baskenland. Dat is de regio waar naast Emery, Julen Lopetegui en José Mendilibar ook de familiewortels van De la Fuente liggen. Zo speelden Arteta, huidig Chelsea-trainer Xabi Alonso en Liverpool-coach Andoni Iraola in hun jeugdjaren samen bij Antiguoko, een kleine amateurclub uit San Sebastián. Roberto Montiel, vicevoorzitter van de Baskische amateurvereniging, verklaart dat opmerkelijk succes vanuit de lokale cultuur: "Het zit in een beetje van alles. We hadden geluk dat deze drie geweldige mensen en spelers bij onze club samenkwamen. Daarnaast is er het DNA van Antiguoko en de Baskische samenleving, waardoor we allemaal supercompetitief zijn en de passie voor voetbal delen."