Xavi Hernández heeft in zijn eerste vier interlands als bondscoach van het Nederlands elftal voortdurend gesleuteld aan dezelfde puzzel: hoe creëert Oranje centraal een vrije man zonder de balans in het elftal kwijt te raken? Zondag tegen Servië probeerde hij daarvoor zelfs Teun Koopmeiners vanuit de verdediging naar het middenveld te laten schuiven. Uiteindelijk bleek de eenvoudigste oplossing misschien wel op de bank te zitten. Met Gjivai Zechiël kreeg Oranje precies de dynamiek waar Xavi al weken naar zoekt.
Het uitgangspunt van de bondscoach is inmiddels duidelijk. Xavi wil centraal op het veld een numerieke meerderheid creëren, door hem zelf regelmatig omschreven als superiority inside. Tegen Servië betekende dat een opvallende rol voor Koopmeiners. De middenvelder begon naast Virgil van Dijk centraal achterin, maar schoof bij langer balbezit door naar links op het middenveld. Samen met Joey Veerman, Ryan Gravenberch en Tijjani Reijnders ontstond op die manier een ruit tegenover drie Servische middenvelders.
Aanvallend werkte dat aanvankelijk. Servië had moeite om de extra man op het middenveld op te vangen en Koopmeiners dook soms zelfs hoog op om ruimtes aan te vallen. Oranje creëerde al voor rust kansen en kwam via een vrije trap van Koopmeiners op voorsprong. Maar het experiment kende ook een keerzijde. Wanneer Oranje de bal verloor, moesten spelers snel terugvinden wie zij moesten verdedigen. Servië gebruikte met Strahinja Pavlovic bovendien zelf een inschuivende verdediger. Dat zorgde voor verwarring in de Nederlandse pressie. Bij de 1-1 kwam Koopmeiners uiteindelijk tegenover twee tegenstanders te staan en verloor hij Mihajlo Cvetkovic uit het oog. Xavi begon opnieuw te schuiven.
Vier interlands, steeds dezelfde zoektocht
Dat patroon loopt door Xavi Hernández' eerste periode als bondscoach heen. Tegen Duitsland (1-1) gebruikte hij Ryan Gravenberch al in een hybride rol. De middenvelder kon naast Quinten Timber laag beginnen, maar moest herkennen wanneer hij mocht doorschuiven naar de rechter halfruimte. Reijnders bewoog dan naar links en Timber bewaakte de balans.
Tegen Servië in Belgrado kwam daar een ander principe nadrukkelijk bij: respect the positions. Xavi wilde eerst de juiste zones bezetten en pas daarna de ruimte aanvallen. Zijn boodschap was dat een speler pas moet vertrekken wanneer een ploeggenoot tijd heeft, vooruit kan kijken en de loopactie daadwerkelijk kan bedienen.
Drie dagen later in Griekenland veranderde de zoektocht opnieuw van vorm. Oranje begon in een 3-2-4-1, maar Xavi koos na rust voor één echte controleur met Gravenberch en Reijnders hoger op het middenveld. Dat bracht de twee Griekse spitsen in twijfel over wie Joey Veerman moest opvangen en creëerde hoger op het veld een numerieke meerderheid.
Tegen Servië ging Xavi aanvankelijk juist weer de andere kant op. Koopmeiners moest vanuit het centrum van de verdediging een extra middenvelder worden. Na rust stopte de bondscoach daar eerst mee, om vervolgens opnieuw te sleutelen toen het spel na een kwartier nog altijd moeizaam bleef.
Het laat zien hoeveel verschillende middelen Xavi inmiddels heeft gebruikt voor hetzelfde doel. Een middenvelder die opschuift, een back die naar binnen komt, een centrale verdediger die doordekt of een andere bezetting van de middenveldruit: telkens probeert hij ergens een tegenstander voor een keuze te stellen. Met Zechiël gebeurde dat op een veel natuurlijkere manier.
Zechiël verandert verhoudingen zonder formatiewissel
Na zijn invalbeurt nam Gjivai Zechiël de rol van Ryan Gravenberch over. De Feyenoorder bleef daarin niet op één vaste hoogte spelen. Tijdens de opbouw zakte hij uit om aanspeelbaar te worden, waarna hij weer doorschoof en als extra aanvallende middenvelder aansloot. Juist die beweging bracht Servië in de problemen.
Daarmee biedt Zechiël iets waar Xavi Hernández sinds zijn eerste wedstrijd naar op zoek is. De vrije man hoeft niet altijd te ontstaan doordat de bondscoach een complete veldbezetting omgooit. Een speler die binnen één aanval verschillende zones kan bespelen, kan hetzelfde effect veroorzaken.
Zechiël kan laag een tegenstander naar zich toe lokken en vervolgens vertrekken. Blijft die tegenstander staan, dan kan hij zelf vrij komen. Gaat iemand mee, dan ontstaat elders ruimte. Zijn dynamiek verandert daarmee voortdurend de numerieke verhouding zonder dat Oranje daarvoor van formatie hoeft te wisselen.
De 2-1 tegen Servië was daarvan het beste voorbeeld. Na een spelverplaatsing stond Oranje rechts met Zechiël, Crysencio Summerville en Denzel Dumfries in een drie-tegen-twee. Strahinja Pavlovic moest uit het centrum stappen, waarna Summerville de vrije Dumfries kon bereiken. Uit diens lage voorzet kwam Reijnders bij de tweede paal aan de bal en kon Zirkzee uiteindelijk scoren.
Zechiël gaf niet de assist en maakte het doelpunt niet. Toch hielp zijn aanwezigheid om de opening te creëren waar Xavi al vier interlands naar zoekt. Dat maakt zijn ontwikkeling interessant voor meer dan alleen de concurrentiestrijd op het middenveld. Xavi experimenteert nog volop en zijn ideale opstelling heeft hij duidelijk niet gevonden. Maar Zechiël bezit een kwaliteit die zijn trainer misschien juist minder afhankelijk kan maken van ingewikkelde tactische ingrepen. De vrije man hoeft dan niet steeds door Xavi vanaf de zijlijn te worden geconstrueerd. Soms kan één speler hem simpelweg zelf creëren.
Reacties
Nog geen opmerkingen
Je moet ingelogd zijn om te reageren.