Olympisch kampioen ziet eigen schaatsidee 20 jaar later werkelijkheid worden

Femke Kok, Gerard van Velde, Dennis van der Gun en Antoinette Rijpma-de Jong
© IMAGO - Femke Kok, Gerard van Velde, Dennis van der Gun en Antoinette Rijpma-de Jong
Foto van Daniel Cabot Kerkdijk Daniel Cabot Kerkdijk
Maak ons je Google-favoriet

De teamsprint heeft definitief een plek veroverd op het programma van de Olympische Winterspelen van 2030. Voor Gerard van Velde, de 54-jarige geestelijk vader van het schaatsonderdeel en huidig hoofdcoach van Team Reggeborgh, komt met de toelating door het IOC en de internationale schaatsbond ISU een langgekoesterde wens uit.

In aanloop naar het olympische debuut van de discipline blikt de voormalige olympische kampioen op de 1.000 meter terug op hoe het onderdeel ooit is ontstaan. Bij een teamsprint beginnen drie schaatsers tegelijk aan een race over drie ronden. Na elke ronde haakt één rijder af, waarna de laatst overgebleven sprinter na de derde ronde over de streep komt en de 500 meter, 1.000 meter en 1.500 meter op die manier samenkomen. Het olympisch schaatstoernooi van de Winterspelen van 2030, dat van 1 tot en met 17 februari wordt gehouden in de Franse Alpen, vindt plaats in ijsstadion Thialf in Heerenveen. Daarmee is Nederland voor het eerst sinds 1928 weer gastheer van een olympisch evenement.

Artikel gaat verder onder video

Periode / Jaar

Mijlpaal

Toelichting

2006

Olympische inspiratie

Introductie van de team pursuit op de Winterspelen in Turijn vormt de aanleiding voor een sprintvariant.

2010

Uitwerking en eerste tests

Concept uitgewerkt tijdens trainersopleiding en getest door het ISU Technical Committee met Nederlandse sprinters.

2015/16

Debuut in wereldbeker

Op initiatief van de KNSB staat de teamsprint voor het eerst viermaal op de wereldbekerkalender.

2018/19

Entree op WK afstanden

Eerste WK-editie; in zes edities veroveren de Nederlandse vrouwen viermaal goud en de mannen tweemaal.

2030

Olympisch debuut

Onderdeel van de Winterspelen (1 t/m 17 februari) voor mannen en vrouwen in Thialf, Heerenveen.

Inspiratie uit het baanwielrennen en shorttrack

Gerard van Velde liep al langere tijd rond met het plan om een speciaal teamevenement voor sprinters op te zetten, zo legt de oud-schaatser uit op de website van de ISU. "In 2006 kwam de team pursuit op het programma van de Olympische Winterspelen in Turijn. Ik vond dat er ook een teamevenement moest komen voor sprinters. Ik wilde iets bedenken voor teams waarin de 500 meter, 1000 meter en 1500 meter samenkomen."

Toen hij in 2008 een punt zette achter zijn actieve schaatscarrière, waarin hij achttien Nederlandse titels en olympisch goud in Salt Lake City (2002) veroverde, keek Van Velde in eerste instantie verder dan de ijsbaan. "Nadat ik stopte als profschaatser, wilde ik actief worden in het baanwielrennen. Uiteindelijk werd ik schaatscoach, maar ik raakte geïnspireerd door baanwielrennen, shorttrack en atletiek. Bij estafettes komt er veel opwinding vrij. Ik wilde dat toepassen bij langebaanschaatsen", zo vertelt de trainer.

In 2010 werkte Van Velde zijn ideeën verder uit als onderdeel van zijn trainersopleiding. De oud-sprinter werd daarbij begeleid door Jildou Gemser, hoofd van de ISU Development Commission. "Maar er komt veel bij kijken: de veiligheid van de schaatsers, de wissels en de baangrenzen. Je moet je ook bewust zijn van de fysieke grenzen van een sprinter. Je wilt dat alle drie de schaatsers op hun maximale niveau kunnen presteren. Ik heb een concept getekend dat al deze punten omvatte, en op een paar kleine details na is dat in de basis de manier waarop het evenement nu in internationale wedstrijden wordt gereden", aldus Van Velde.

Sleutelrol voor Nederlandse sprinters bij testwedstrijden

Jildou Gemser trad in 2010 samen met de Rus Aleksandr Kibalko, de Duitser Christian Breuer en de Amerikaan Nick Thometz toe tot het ISU Technical Committee, dat destijds onder voorzitterschap stond van de Noor Tron Espeli. Binnen die technische commissie werd het concept van Gerard van Velde verder uitgewerkt en in de praktijk getest met juniorschaatsers. Daarnaast stelde de Nederlandse coach verschillende sprinters uit zijn eigen trainingsgroep beschikbaar voor testwedstrijden, onder wie Ronald Mulder, Sjoerd de Vries, Lars Elgersma, Jacques de Koning, Hein Otterspeer, Kai Verbij en Jesper Hospes.

Volgens Gemser gaf die vroege inzet de doorslag voor het slagen van de discipline. "Gerard speelde een sleutelrol in de vroege ontwikkeling van het onderdeel. Voordat het evenement enige officiële status had, investeerde hij tijd en energie en stelde hij zijn schaatsers beschikbaar voor testwedstrijden. Hij en zijn schaatsers deden dat zonder eigenbelang of kortetermijnwinst. Ze investeerden gewoon in de toekomst van de sport. Dat het evenement uiteindelijk op de Olympische Spelen terechtkomt, is een droom die uitkomt."

Op initiatief van de KNSB maakte de teamsprint in het seizoen 2015/16 voor het eerst zijn opwachting op de wereldbekerkalender met vier wedstrijden. In het seizoen 2018/19 volgde het debuut op de WK afstanden. Tijdens de zes WK-edities waarop het onderdeel sindsdien werd verreden, grepen de Nederlandse vrouwen vier keer de wereldtitel en pakten de Nederlandse mannen tweemaal het goud. In juli bevestigde de ISU dat het IOC-bestuur zowel de mannen- als de vrouwenteamsprint heeft toegevoegd aan het olympische programma voor 2030.

Snelheden tot boven de zestig kilometer per uur

Gerard van Velde merkt op dat de teamsprint in de loop der jaren technisch steeds verder is verfijnd, waarbij de snelheden inmiddels oplopen tot ver boven de zestig kilometer per uur. "Het gaat zo snel, tot 63 km/u, en de schaatsers moeten blind vertrouwen hebben; nu het naar de Olympische Spelen komt, wordt het nog spectaculairder", zo zegt de hoofdcoach van Team Reggeborgh. "Dan is er nog het synchroon schaatsen terwijl je versnelt tot boven de 60 km/u. Er zijn de wissels, met de nieuwe slingshot-techniek die de afgelopen twee à drie jaar is geoefend. Schaatsers moeten blind vertrouwen in elkaar hebben."

Nu de olympische status binnen is, verwacht Van Velde dat de grote schaatslanden de tactiek de komende jaren nog verder gaan bijschaven. "Er valt nog veel te verbeteren in het vinden van de ideale pacingstrategie, die vaak ook afhangt van de individuele capaciteiten van de schaatsers. Dit evenement doet op veel manieren een beroep op sportintelligentie. Het zal alleen nog sneller worden, nu er in 2030 olympisch goud op het spel staat."