Merel Conijn heeft komende week een flinke streep voor op haar landgenoten in Beijing. De Nederlandse schaatsster mag in aanloop naar de eerste wereldbekerwedstrijd van het seizoen namelijk als enige landgenoot al het ijs op in de Chinese hoofdstad. Waar de rest van de Nederlandse afvaardiging pas vanaf komende maandag op de wedstrijdbaan welkom is, levert haar overstap naar het Chinees-georiënteerde Team Novus haar naar verwachting vier extra trainingsdagen op.
Volgens de reglementen zijn organisatoren van wereldbekerwedstrijden pas vanaf de maandag voor het toernooi verplicht om trainingsijs beschikbaar te stellen. De seizoensopening in Beijing staat van vrijdag 13 tot en met zondag 15 november op het programma, wat betekent dat die officiële periode pas op maandag 9 november ingaat. Toch ligt er momenteel al een ijsvloer in de stad. Daarop worden voorlopig alleen thuisrijders toegelaten, onder wie olympisch kampioen Ning Zhongyan. Dankzij de Chinese connectie heeft Team Novus echter een uitzonderingspositie gekregen. Daardoor mogen naast Conijn ook haar buitenlandse ploeggenoten Fran Vanhoutte en Marten Liiv nu al hun rondjes draaien.
Johan de Wit en Lieuwe Krol reageren op uitzonderingspositie in Beijing
Zowel de KNSB als verschillende andere schaatsbonden dienden bij de Chinese organisatie een verzoek in om ook eerder het ijs op te mogen, maar kregen vooralsnog nul op het rekest. Tegenover Trouw laat schaatscoach Johan de Wit weten dat hij er wel om zou kunnen lachen, 'als het niet zo kinderachtig was'. De coach ziet de ironie wel in van de luxe positie waarin zijn Nederlandse pupil zich plotseling bevindt ten opzichte van de binnenlandse concurrentie. "Hebben wij eens een voordeeltje", zo klinkt het.
Bij de leiding van het internationale team overheerst vooral blijdschap over de vroege toegang tot de baan. Teambaas Lieuwe Krol is dan ook zeer te spreken over het feit dat zijn pupillen deze week al op het Chinese ijs kunnen trainen. "Men laat zien: zo kan het ook", zo zegt Krol over de gastvrijheid in Beijing. Merel Conijn stapt woensdag in het vliegtuig richting China, nadat ze afgelopen weekend bij het kwalificatietoernooi in Thialf haar wereldbekertickets veiligstelde. In Beijing verschijnt ze aan de start op de 1.500 en de 3.000 meter. Bovendien reed ze zich met een tweede plek achter Marijke Groenewoud en een historische opening op de 5000 meter ook naar een startbewijs voor de langste afstand tijdens de latere Wereldbeker in Heerenveen.
Beperkte faciliteiten voor Ning Zhongyan en buitenlandse teams in Thialf
De gastvrijheid in China vormt een fel contrast met de manier waarop buitenlandse rijders in Nederland worden behandeld. In Thialf blijven de deuren van diverse topsportfaciliteiten, waaronder de warming-upruimte, namelijk gesloten voor buitenlandse ploegen. Van maandag tot en met zaterdag reserveert de KNSB in de Friese ijshal dagelijks twee zogeheten Thialf Combi-uren voor de topsport, terwijl het stadion de rest van de uren zelf invult met onder meer recreanten.
Tijdens die blokuren voor topschaatsers werkt de bond met een streng rankingsysteem. De Nederlandse commerciële teams staan daarbij helemaal bovenaan en krijgen alle ruimte, gevolgd door talenten en gewestelijke selecties. Buitenlandse ploegen en rijders sluiten pas helemaal achteraan in de rij. Op deze uren staan er gemiddeld zestig en op piekmomenten zelfs tachtig schaatsers tegelijk op het ijs, wat simpelweg te druk is voor een veilige situatie.
Voor Ning Zhongyan en zijn teamgenoten had dit flinke gevolgen. Zij moesten afgelopen zomer voor hun krachttraining uitwijken naar een loods in Heerenveen-Noord en combineerden dat in de vroege ochtend met ijstrainingen in Leeuwarden of Thialf. Inmiddels zijn de Chinese kopman en zijn ploeggenoten in Heerenveen aangewezen op een internationaal trainingsuur dat al om 08.20 uur van start gaat.
Om het gebrek aan faciliteiten in het stadion zelf op te lossen, huurt Team Novus tot aan de Olympische Spelen van 2030 een eigen kantoorpand vlak bij Thialf. Daar werken de rijders hun kracht- en indoor fietstrainingen af, nadat Lieuwe Krol er vlak voor het seizoensbegin eigenhandig de vloer heeft gelegd. Dat er in Nederland met gefronste wenkbrauwen wordt gekeken naar de manier waarop buitenlandse kampioenen hier moeten trainen, wekt bij Johan de Wit geen enkele verbazing. "Dat kan ik me zo voorstellen", zo stelt hij.
Uitzondering voor Fransen en eerdere kritiek van Peder Kongshaug
Toch wordt er in Heerenveen voor één groep een uitzondering gemaakt: negen Franse schaatsers. Zij krijgen tot de Winterspelen van 2030 precies dezelfde faciliteiten tot hun beschikking als de Nederlandse commerciële ploegen. Dat is onderdeel van de deal om het olympische schaatstoernooi van die Franse Spelen in Thialf te organiseren. De afgeschermde houding binnen het Nederlandse schaatsen zorgde in 2024 al voor stevige kritiek van de Noor Peder Kongshaug. Hij waarschuwde destijds dat de sport op omvallen staat als Nederland de deur dichtgooit voor andere landen.
De KNSB stelde daar toen én nu tegenover dat er wel degelijk wordt samengewerkt met het buitenland. Wel moest de bond een plan uit 2023 om buitenlandse schaatsers te weren uit Nederlandse commerciële teams en door NOC*NSF betaalde topsporturen in de ijskast zetten tot na de Spelen van Milaan, nadat onder meer Team IKO felle kritiek had geuit. Met het oog op het WK afstanden, dat eind februari eveneens op de baan in Beijing plaatsvindt, grapt Johan de Wit dat hij tegen die tijd ook maar een speciaal verzoek gaat indienen: "Maar joh, de hele situatie is zo kinderachtig."