De oproep van Gjivai Zechiël voor het Nederlands elftal lijkt op het eerste gezicht vooral een beloning voor zijn uitstekende start van het seizoen bij Feyenoord. De 22-jarige middenvelder scoort, verzorgt assists, speelt met veel energie en heeft zich in korte tijd nadrukkelijk in de kijker gespeeld. Toch vertelt zijn uitverkiezing door Xavi Hernández waarschijnlijk meer dan alleen dat. Zechiël bezit namelijk een profiel dat binnen de huidige Oranje-selectie nauwelijks vertegenwoordigd is en dat opvallend goed aansluit bij de manier waarop Xavi zijn middenveld wil inrichten.
Daarmee wordt ook duidelijk waarom het weinig zin heeft om de middenvelders van Oranje simpelweg op één ranglijst te zetten. Xavi lijkt niet op zoek naar de drie beste spelers op papier, maar naar middenvelders die elkaar aanvullen. Controle, passing, positionering, diepgang en intensiteit hoeven niet allemaal door dezelfde speler geleverd te worden. Juist Zechiël brengt een combinatie mee die elders in de selectie veel minder vanzelfsprekend aanwezig is.
Zechiël is geen klassieke spelmaker die voortdurend de bal opeist om het tempo te bepalen. Zijn grootste kwaliteit zit voor een belangrijk deel juist in wat hij doet nadat hij de bal heeft afgespeeld. De jongeling blijft bewegen, zoekt de ruimte vooruit en verschijnt vanuit het middenveld steeds opnieuw achter de laatste lijn van de tegenstander. Hij doet dat met lange sprints, maar ook met veel kleinere loopacties waarmee hij verdedigers voor keuzes stelt en ruimte maakt voor ploeggenoten. Precies daarin zou Xavi een oplossing kunnen zien voor een probleem dat Oranje al langer kent.
Oranje mist dreiging vanuit het middenveld
Het Nederlands elftal beschikt over voldoende middenvelders die comfortabel zijn aan de bal. Het ontbreekt veel minder aan spelers die een pass tussen de linies kunnen geven dan aan middenvelders die na die pass ook daadwerkelijk vóór de bal durven verschijnen. De cijfers van Zechiël illustreren dat verschil. Na zeven competitiewedstrijden staat hij al op 39 balcontacten in het strafschopgebied van de tegenstander. Onder de middenvelders in de Eredivisie kwam alleen Thom van Bergen vaker aan de bal in de vijandelijke zestien. Ter vergelijking: Luciano Valente staat op 32 en Guus Til op 33.
Dat is een belangrijk gegeven, juist omdat doelpunten vanuit het middenveld van Oranje schaars zijn geworden. Terugblikkend op het teleurstellende WK 2026: geen enkele middenvelder van het Nederlands elftal kwam tot scoren. Ook daarvoor was de productie echter beperkt: van de 32 Nederlandse doelpunten voorafgaand aan dat toernooi werden er slechts vijf gemaakt door een middenvelder. Zechiël laat dit seizoen bijna het tegenovergestelde zien. Na zeven speelronden staat de talentvolle middenvelder bij Feyenoord al op vijf doelpunten en vier assists.
Interessanter dan die negen directe doelbijdragen is echter de manier waarop ze tot stand komen. Zechiël beschikt over gevoel voor het moment waarop hij moet vertrekken. Hij kan vanuit een relatief lage positie aan een aanval beginnen en enkele seconden later naast of achter de spits opduiken. Daarmee hoeft Xavi geen extra aanvaller op te stellen om meer spelers in het strafschopgebied te krijgen. Dat kan in het nieuwe Oranje juist van grote waarde worden.
Bij de inrichting van een middenveld is namelijk niet alleen belangrijk wat een speler individueel goed kan, maar vooral welke kwaliteiten naast hem al aanwezig zijn. Een elftal met drie spelers die allemaal naar de bal toe bewegen, kan technisch uitstekend zijn en tegelijkertijd te weinig diepte ontwikkelen. Zechiël brengt precies het tegenovergestelde instinct mee: hij wil na zijn eerste actie dóór. Daarmee ontstaat ook een andere manier om naar de concurrentiestrijd op het middenveld te kijken.
Een speler als Luciano Valente hoeft helemaal niet voor exact dezelfde plaats te concurreren als Zechiël. Valente is veel meer een speler die vanuit zijn techniek en creativiteit invloed op het aanvalsspel zoekt. Ook andere Nederlandse middenvelders hebben hun grootste kwaliteiten in de opbouw of de passing. Zechiël onderscheidt zich juist met zijn directheid, loopvermogen en verticale spel. Voor spelmakers is de concurrentie bij Oranje daardoor groter dan voor een middenvelder met zijn specifieke profiel.
Gjivai Zechiël past in middenveldmix van Xavi
Die keuze sluit aan bij de manier waarop Xavi Hernández eerder zijn middenveld heeft ingericht. In balbezit werkte hij graag met duidelijke taakverdelingen: een speler die de controle bewaakt, een middenvelder die verbinding maakt en daarnaast ruimte voor een speler die veel vooruit beweegt en met energie de laatste fase van de aanval bereikt.
Gavi vervulde bij Barcelona regelmatig zo'n rol. Niet omdat hij de belangrijkste spelverdeler van het elftal was, maar omdat hij technische vaardigheid combineerde met enorme voorwaartse energie. Hij kon deelnemen aan het positiespel, maar beperkte zich niet tot het circuleren van de bal. Hij maakte meters, dook hoger op en zette na balverlies onmiddellijk opnieuw druk.
Dat profiel vertoont duidelijke overeenkomsten met Gjivai Zechiël. Voor de middenvelder van Feyenoord zou vooral die derde middenveldstaak interessant kunnen zijn. Niet de vaste controleur en ook niet uitsluitend de spelverdeler, maar de speler die vanuit de structuur vrijheid krijgt om vooruit te gaan.
Ook de formaties waarin Xavi zijn teams laat bewegen kunnen hem helpen. Vanuit de eerste opbouw kan een ploeg in een 4-3-3 staan, met één controlerende middenvelder en twee spelers die hoger uitkomen. Dichter bij het doel kan die bezetting veranderen in een 3-2-4-1, waardoor twee middenvelders rond de zones achter de spits terechtkomen.
Voor Zechiël is dat bijna een ideale route door een aanval. Hij hoeft niet als traditionele nummer tien te starten om uiteindelijk als aanvallende middenvelder te eindigen. Zijn kracht zit juist in het onderweg veranderen van positie: meehelpen wanneer de ploeg lager opbouwt en vervolgens met zijn loopactie in de laatste lijn verschijnen. Daarmee wordt zijn selectie veel logischer dan wanneer uitsluitend naar naam en ervaring wordt gekeken.
Twee redenen voor selectie van Gjivai Zechiël
Er is bovendien nog een tweede reden waarom Gjivai Zechiel's profiel bij Xavi Hernández past. De nieuwe bondscoach hecht veel waarde aan wat er direct na balverlies gebeurt. Zijn Barcelona wilde de wedstrijd met de bal controleren, maar reageerde zonder bal juist zeer agressief. Hoge pressing en vooral contra-pressing waren belangrijke onderdelen van de speelwijze. Ook daarin onderscheidt Zechiël zich.
Zechiël heeft niet alleen de conditie om veel meters te maken wanneer Feyenoord aanvalt, maar gebruikt diezelfde energie zodra de bal verloren gaat. Hij jaagt door, probeert onmiddellijk druk op de ontvanger te krijgen en voelt zich comfortabel wanneer een wedstrijd even minder georganiseerd wordt en de ruimtes groter worden. Zo ontstaat een profiel dat opvallend compleet aansluit bij een specifieke rol: technisch voldoende om in het positiespel mee te draaien, bereid om zonder bal voortdurend vooruit te bewegen, dreigend in en rond het strafschopgebied en agressief in de omschakeling.
Daarmee hoeft Zechiël bij Oranje niet eerst een gevestigde spelmaker uit de hiërarchie te verdringen om interessant te worden. Hij kan juist minuten krijgen omdat hij iets anders brengt. Zijn oproep is daarom zogezegd meer dan een beloning voor een sterke periode bij Feyenoord. Het zorgt ook voor een eerste inkijkje in hoe Xavi naar zijn middenveld kijkt.
Niet alleen de naam of status van een speler telt, maar vooral de functie die hij in het geheel kan vervullen. Juist daar ligt voor Zechiël zijn kans. Oranje heeft genoeg middenvelders die naar de bal komen, maar de speler die daarna zonder bal richting het doel vertrekt, lijkt veel moeilijker te vinden.
Reacties
Nog geen opmerkingen
Je moet ingelogd zijn om te reageren.