Kai Verbij bereidt zich in een ongebruikelijke situatie voor op het World Cup Kwalificatietoernooi (WCKT), dat van vrijdag tot en met zondag op het programma staat in Thialf. De 32-jarige oud-wereldkampioen traint dit seizoen zonder professionele ploeg en heeft geen sponsoren achter zich, waardoor de aanloop naar de strijd om de wereldbekertickets allesbehalve soepel verloopt. Ondanks zijn rol als underdog droomt de specialist op de 1.000 meter nog altijd van een olympische medaille in 2030.
In gesprek met Schaatsen.nl doet Verbij een boekje open over hoe hij er momenteel voor staat op het ijs in Heerenveen. "Op dit moment ben ik een soort lone wolf. Ik zit niet bij een team en heb geen sponsoren", zo legt de routinier uit. Zijn situatie is daarmee totaal anders dan vorig jaar, toen de sprinter nog onderdeel uitmaakte van een gezamenlijke trainingsploeg met Jutta Leerdam en Ted Dalrymple. Nadat die samenwerking na het olympische seizoen stopte - Leerdam slaat de huidige schaatswinter over en Dalrymple maakte de overstap naar Team Staan - CTS GROUP - staat de meervoudig wereldkampioen er op commercieel vlak helemaal alleen voor.
Voorbereiding op het WCKT in Thialf
Om richting het kwalificatietoernooi toch op niveau te kunnen blijven trainen, heeft Kai Verbij in Thialf aansluiting gezocht bij een klein groepje. Samen met Kai in 't Veld en de Taiwanese sprintster Ying-Chu Chen rijdt de Nederlander zijn rondjes onder leiding van trainer Kosta Poltavets. Over hoe die trainingen verlopen, is de schaatser gematigd tevreden. "Ik doe het wat rustiger aan in aanloop naar het WCKT. We zijn aan het taperen. De training ging niet verkeerd, maar was ook niet geweldig", zo klinkt het realistisch.
Het is dan ook nog maar de vraag of hij zich weet te plaatsen voor de internationale wereldbekercyclus, die halverwege november begint in het Chinese Peking. "Als ik nu de World Cup haal, zou ik natuurlijk heel blij zijn. Alleen gaat dat dit jaar lastig worden", zo geeft Verbij toe. Ook zijn vorm op de trainingen geeft nog geen reden om hoog van de toren te blazen. "Ik weet niet of ik dit weekend ga verrassen. Ik zou heel graag willen zeggen van wel, maar op basis van wat ik tijdens de trainingen bij mezelf heb gezien, denk ik: dat mag wel wat harder."
Kai Verbij niet de favoriet op de 1.000 meter
Vorig seizoen lukte het Kai Verbij kort na een schaatspauze nog om zich tot zijn eigen verbazing te kwalificeren voor de wereldbekerwedstrijden. Op de 1.000 meter reed hij destijds een tijd van 1.08,74, nadat een vijfde plaats op het NK Afstanden eerder nog niet genoeg was geweest. Toch koos de sprinter ervoor om die internationale reeks aan zich voorbij te laten gaan. "Voor mijn gevoel was ik een beetje ondertraind. Ik wist niet of ik de hele World Cup-cyclus fysiek aankon", zo kijkt de voormalig wereldkampioen sprint terug op dat besluit.
Komend weekend staat de ervaren schaatser dus weer aan de start, al moet Verbij genoegen nemen met een rol buiten de schijnwerpers. "Kijk, ik ben de underdog. Dat is een lekkere positie, maar tegelijkertijd ben ik liever de favoriet. Dan weet je dat je goed bent. Dat mis ik wel", zegt hij. Met het WK Afstanden houdt de sprinter zich in zijn hoofd nog helemaal niet bezig, omdat dat doel volgens hem eerst realistisch moet worden. De volledige focus ligt voorlopig op de 1.000 meter van zondag. "Ik hoop zondag in ieder geval mijn beste race van het seizoen te rijden."
Olympische droom voor 2030 en voorbeeld Kjeld Nuis
Hoewel Kai Verbij meerdere nationale, Europese en wereldtitels op zijn naam heeft staan, ontbreekt er nog altijd een olympische medaille in zijn prijzenkast. Bij zijn twee eerdere deelnames aan de Winterspelen zat het telkens niet mee: in PyeongChang gooide een liesblessure roet in het eten en vier jaar later in Peking voorkwam een mislukte kruising een topnotering. Toch weigert de routinier de Olympische Spelen van 2030 uit zijn hoofd te zetten, waarbij hij een voorbeeld neemt aan collega Kjeld Nuis.
"Ik ben nu 32. Bij de volgende Spelen ben ik 35 jaar. Het is zeker niet onmogelijk. Kjeld Nuis heeft het natuurlijk ook gedaan. Dat is superknap, maar hij zat ook in een team en heeft goede begeleiding gehad", zo wijst Verbij op het grote verschil in omstandigheden. Als hij niet terugkeert bij een volwaardige commerciële schaatsploeg, blijft die olympische droom volgens de sprinter dan ook ver weg: "Daardoor is het voor mij nu ook heel onrealistisch."