De nieuwe opzet van de massastart zorgt voor flinke verdeeldheid binnen de schaatswereld. Terwijl marathonschaatsers goed uit de voeten kunnen met de vernieuwde racevorm, klinken vanuit de langebaantop vooral kritische geluiden. Verschillende schaatsers maken zich zorgen over de fysieke risico’s en de mogelijke gevolgen voor hun wedstrijdprogramma.
De internationale schaatsunie ISU heeft de massastart flink op de schop genomen. Het onderdeel, dat sinds 2015 deel uitmaakt van de WK afstanden en ook op het olympische programma staat, heeft voortaan veel weg van een afvalrace. In plaats van een gezamenlijke strijd richting de finish met enkele tussensprints, vallen er nu iedere twee ronden twee schaatsers af. Uiteindelijk strijden de zes overgebleven rijders om de overwinning. Door de nieuwe regels wordt de strijd om een goede positie op hoge snelheid belangrijker dan ooit.
Jillert Anema is bij Schaatsen.nl bepaald niet te spreken over de ingrijpende wijziging van de internationale schaatsbond en schaart zich volledig achter de rijders die niet aan de start willen verschijnen. De coach bestempelt de nieuwe afvalrace als 'levensgevaarlijk' en vreest voor 'pure chaos' op het ijs. Ook anderen vrezen dat het tactische karakter van de massastart plaatsmaakt voor een riskante strijd om positie, met een grotere kans op valpartijen en blessures.
De kritiek op de nieuwe opzet was afgelopen weekend direct terug te zien in het deelnemersveld in Heerenveen, waar verschillende grote namen uit de langebaantop ontbraken. Zo besloten olympisch kampioenen Marijke Groenewoud en Jorrit Bergsma de eerste wedstrijd bewust over te slaan, omdat ze zo vroeg in het seizoen geen onnodige risico’s wilden nemen. Ook Bente Kerkhoff verscheen niet aan de start. Merel Conijn stond aanvankelijk nog wel op de deelnemerslijst, maar trok zich kort voor de wedstrijd alsnog terug.
Harm Visser liet in Thialf juist zien dat de vernieuwde massastart goed kan aansluiten bij schaatsers met een marathonachtergrond. Hij schreef de wedstrijd in de A-groep bij de mannen op zijn naam en hield Nederlands kampioen Jorian ten Cate achter zich. Vooral schaatsers die gewend zijn om zich in een compact peloton te handhaven en op het juiste moment te versnellen, lijken voordeel te kunnen halen uit de nieuwe afvalopzet. Bij de vrouwen wist Veerle van Koppen uitstekend om te gaan met de nieuwe wedstrijdvorm. Ze schreef de eerste afvalkoers op haar naam door in de beslissende fase haar concurrenten achter zich te laten.
Kritiek op massastart
De wedstrijd in Thialf vormde de eerste van drie selectiewedstrijden die meetellen voor een plek in de nationale selectie en deelname aan het NK mass start. Schaatsers die vanwege de mogelijke risico’s besluiten een wedstrijd over te slaan, kunnen daardoor hun kansen op deelname aan het NK verkleinen. Daarmee staan de KNSB en de schaatsploegen voor een ingewikkeld dilemma. Zolang de ISU vasthoudt aan de vernieuwde regels, zullen de rijders zich aan de nieuwe wedstrijdvorm moeten aanpassen om ook internationaal op de massastart actief te kunnen blijven.
Reacties
Nog geen opmerkingen
Je moet ingelogd zijn om te reageren.